Gisteren maakte ik een snelle boodschappen-uitje naar mijn geliefde Amsterdam. Ik bracht er uren door in papierwinkel De vlieger, struinde Atheneum boekhandel af naar naar een musthave editie van Uppercase magazine en at een hemelse citroentaart bij De gebroeders Niemeijer. Dit alles was voeding voor de ziel. Toen ik weer uit de trein op mijn fietsje zat, met mijn volle tassen en een vol hoofd hoorde ik het ineens: de stilte. Het was natuurlijk niet helemaal stil, de wind ruisde zachtjes, de vogels zongen en mijn fiets kraakte. Op dat moment besefte ik ineens dat de stad weliswaar mij voedt met haar energie en activiteit, maar dat mijn plekje hier in Heiloo mij net zo voedt met haar stilte en de ruimte voor obervatie en mijn eigen ideeen. Lang heb ik gadacht dat ik een stadsmeisje was. De stad is ook heel fijn. Maar de rust, de bomen en vogels om met heen, het zien hoe de bloesems aan de bomen hangen en hoe het fluitekruid de aarde uitschiet, dat is me heel dierbaar geworden. Ik ben gistereen heel klein beetje minder stadsmeisje geworden. De natuur kruipt onder mijn huid.

De natuur is net zo spannend als de stad

De natuur is net zo spannend als de stad

Yesterday I did a quick trip to Amsterdam to stock up on some essentials. I spent lots of time in my favourite paper shop, bought my favourite magazine and had my favourite lemon tart. All food for the soul. When I arrived back in Heiloo i suddenly noticed it. The quiet. The calm. The serene. And I had a epiphany. I always thought I was a city girl. I love the energy the city emits and the vastness of ideas and initiatives. The big ideas. But I suddenly I felt myself being fed by the silence and the calm. And the room to develop my own ideas instead of watching othesr execute theirs. And so I quess I'm becoming a bit less of a city girl after all. Being close to nature is starting to rub off!

Posted
AuthorNicola Kloosterman